De muren hebben een verhaal

Om acht uur ‘s avonds wordt er op de deur geklopt. Achteloos open ik de deur en doe verbaasd een stap terug. Drie gezichten kijken me vriendelijk aan. Drie bekende gezichten. Mr. Li en de dames van de afdeling ‘Buitenlandse Betrekkingen’ van de universiteit waarvoor ik werk. ‘Mogen we binnenkomen?’, vraagt mevrouw Yang op uiterst vriendelijke toon. Razend snel ploeg ik in mijn korte termijn geheugen. ‘Heb ik iets fout gedaan? Waarom krijg ik ineens het hele kantoor op de stoep?’. Daar moet een hele goede reden voor zijn. Ik zie de dames wekelijks als ik weer eens iets te klagen heb of tenminste eens in de maand om mijn salaris op te halen dat keurig elke tiende van de maand in een envelop wordt overhandigd. Een bruine envelop vol met 35 honingzoeteroze biljetten van honderd RMB. Maar dit terzijde. Ik heb bezoek.

‘Natuurlijk mogen jullie binnenkomen. Kom erin’, spreek ik hen bemoedigend toe als ze schoorvoetend hun schoenen over de drempel tillen. ‘We vroegen ons af hoe het met je was’, knikt mijnheer Li me toe. Hij spreekt drie woorden Engels, maar alles wordt meteen vertaald door mevrouw Li of mevrouw Yang. ‘Hoe het met mij is?’, kan ik niet nalaten te herhalen. Een beetje menselijke belangstelling is nooit weg, maar dit gaat wel een beetje ver. Een hele delegatie die op een maandagavond naar de andere kant van de stad komt om deze obligate vraag te stellen. ‘Met mij is alles prima. Hartstikke goed zelfs’, voeg ik er nog eens toe. Mijnheer Li kijkt me eens vaderlijk aan en schijnt licht opgelucht te zijn.

‘We maakten ons zorgen om je. Misschien heb je het nog niet gehoord, maar er was vanmiddag een zware aardbeving ten noorden van Chengdu’, maakt mevrouw Yang me duidelijk als ze even naar mijnheer Li kijkt om te controleren of het goed is dat zij het woord even voert. ‘Ja, daar heb ik van gehoord. Ik las het net op een Nederlandse website. Duizenden huizen zijn ingestort’, stel ik hen gerust. ‘Maar je weet ook dat er diverse naschokken worden verwacht’, neemt mevrouw Li nu het woord. ‘Nee, dat wist ik niet, maar is het hier in Zigong dan ook gevaarlijk?’, antwoord ik, terwijl ik hen allen een stoel aanbied.

‘Dat weten we niet, maar de regering adviseert iedereen vannacht buiten te slapen’, is het antwoord dat me niet erg aanstaat. ‘Buiten slapen!’, stel ik net even te nadrukkelijk alsof ik de wijsheid in pacht heb en niet de Chinese regering. ‘Ja, het is veel te gevaarlijk om binnen te blijven. Als er weer een beving is, kunnen de gebouwen instorten en er vele doden vallen’, wordt mij door mijn bezorgde collega’s duidelijk maakt.

Vanmiddag heb ik de inderdaad de aardbeving meegekregen. Rustig zat ik de lessen voor morgenochtend door te nemen op de bank toen ik een heftige trilling voelde. Een paar seconden keek ik enigszins argwanend om me heen. De raamsponningen rammelen regelmatig als er weer eens een dynamietstaaf tot ontploffing wordt gebracht om wat rotsblokken te verplaatsen voor de aanbouw van een weg of om een oud gebouw te slopen. Gebeurt minstens eens per week. Maar deze trilling duurt wel erg lang. De muren blijven bewegen en proberen me nadrukkelijk te vertellen dat er meer aan de hand is dan een dynamietstaaf.

Mijn bovenburen hebben beter geluisterd dan ik en komen met zijn allen naar beneden gehold. De muren zijn inmiddels opgehouden met fluisteren en maken me nu duidelijk dat het nu echt tijd is om te gaan. Gauw schiet ik mijn slippers aan en gris in het voorbijgaan mijn sleutels en portemonnee mee, voordat ik een sprintje trek naar de voordeur. Op het pleintje tussen de gebouwen staan intussen al tientallen medebewoners ongerust naar boven te kijken. Naar boven naar het dak. Naar de muren en naar de bloempotten op de balkons. Het schudden gaat nog een kleine minuut door tot het plots weer stil wordt. Onwezenlijk blijven we met zijn allen naar ons flatgebouwtje van zeven verdiepingen kijken. Blijft het staan? Of besluit het dat het een kaartenhuis is? Het blijft staan. Het staat als een huis.

Na nog een kwartiertje rondgekeken te hebben en met wat buren gesproken te hebben, vind ik het wel weer veilig. Veilig genoeg om de draad van lesvoorbereiding weer op te pakken. Terwijl de mijn buurtgenoten bij elkaar kruipen en veiligheidshalve zo ver mogelijk van gebouwen gaan staan, kijk ik nog eens om me heen en loop weer naar binnen. De rest van de middag breng ik doodgemoedereerd door op de bank. Volledig onbekend met wat er 300 km verderop aan de hand was. Totdat ik gewoontegetrouw aan het begin van de avond mijn email en het nieuws even check. ‘Zware aardbeving in Sichuan, China’, lees ik als een van de eerste berichten op de NOS-website. ‘Verrek! Da’s hier!, roep ik tegen niemand in het bijzonder. Als ik net een paar zinnen heb gelezen, wordt er op de deur geklopt.